is toegevoegd aan je favorieten.

Speelmakkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN TROUW VARKEN

II

kunnen zwemmen? O, hoe ontzettend als die lievelingen hier zo moeten verdrinken!”

Weer keek ze hen eens aan. Het water spoelde al tegen hun heldere pootjes, en ze begreep, dat als ze niet spoedig een plan kon maken en volvoeren, ze allen verdrinken zouden. Toen schoot haar opeens een prachtig denkbeeld door ’t hoofd.

„Weet je wat, ik zal ze op mijn rug nemen,” dacht ze. „Dat ik daar ook niet eerder aan gedacht heb! Daar zitten ze zo veilig, als ze ergens maar kunnen zijn.”

En ze keek haar kindertjes weer aan, en zei: „Komt hier, allemaal; ik zal jullie redden. Springt op mijn rug, een voor een.”

„Hoera! Hoera!” knorden de vijf jonge varkentjes, „nu hoeven we niet te verdrinken!” en ze krulden hun staarten zo in elkaar, dat zij ze nauwelijks meer los konden krijgen. Een, twee, drie, daar sprongen ze al op mama’s brede rug, en toen ze allen zaten, ging zij rechtop staan en zei: „Houd je nu vast, allemaal, en goed hoor!” Nu sprong ze plas-plas in ’t water en ging zo hard zwemmen als zij kon, tussen takken en huisraad en planken door, rechtuit naar de vaste wal.

Even later meende een kleine jongen, dat hij een zwarte klomp zag komen aandrijven, maar toen het gevaarte naderkwam, zei hij: „Ik geloof, dat ’t een varken is, met haar jongen aan boord. Wat vreemd!” En hij rende naar huis om zijn vader en moeder en allen die hij zag, te vertellen wat hij gezien had.

Spoedig was nu een groot gezelschap aanwezig om juffrouw Knor-knor aan de vaste wal welkom te heten. Steeds dichterbij kwam ze, en toen ze eindelijk bij de dijk was, sprongen de biggetjes van haar rug, en de mensen hadden schik in hun vrolijke sprongen.