is toegevoegd aan je favorieten.

Speelmakkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

APRILBLOEMETJES

II

Ik heb eens een kerseboom in bloei zien schieten midden in een regenbui, ’t Was een mooie boom, vlak tegenover mijn venster. Zijn bloesemknoppen werden vroeg in de Lente al wit, en ik dacht, dat mijn kerseboom het vroegst zou bloeien van alle kersebomen in de buurt.

Maar nee. Hoe ’t kwam weet ik niet, maar de knoppen gingen niet open. Was mijn kerseboom koppig? Was de wind te koud? Of scheen de zon niet warm genoeg? Hoe het zij, de knopjes bleven dicht. Warme zachte lenteregens vielen neer en liefkoosden ze, maar ze wilden niet opengaan.

0p een achtermiddag stond ik te kijken naar mijn keurige boom. Daar kwam een onweersbui opzetten, eerst een paar grote druppels, toen wat meer, en eindelijk vielen ze neer: snel, dicht opeengedrongen, luid kletterend op de bladeren van de bomen en de pannen van het dak.

Sommige droppels vielen neer op de kersebloesems, vlak midden op de bloesemknop.

’t Knopje boog even neer onder de stoot en dan, heel langzaam ontplooide het zijn zilverig witte blaadjes en keek verwonderd de wereld in, alsof het vragen wou: waarmee heb ik toch zo ’n ruwe behandeling verdiend?

Maar de droppels stoorden zich daar niet aan. Zij tikkelden maar neer: klis, klis, nu op ’t ene knopje, dan op ’t andere en voordat er een half uur om was, hadden ze alle knopjes open getikt. Toen de bui over was, vielen de schuine stralen van de dalende zon op de boom vol vochtige, fris witte bloesempjes en deed ze glanzen als zilver en goud. En dat gezicht was zo toverachtig mooi, dat ik ’t mijn leven lang niet vergeten zal.