is toegevoegd aan je favorieten.

Speelmakkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

HOU JE VEEL VAN VOGELTJES?

kennen haar wel, ze zit nu al in een hogere klas, die kwam eens thuis met een snoeperig kwikstaartje in de hand, dat zij van een buurjongen gekregen had. „Moeder, Vader, kijk toch eens!” riep ze. „Gauw een kooitje! Wat een lief diertje hè? Ik hou toch zoveel van hem!”

Nu was er op zolder nog een kooi, waarin vroeger een kanarievogeltje gezeten had. We hadden dat present gekregen en tot aan zijn dood toe verzorgd. Maar daarna namen we geen kanarievogeltje meer, omdat mijn vrouw en ik geen van beiden houden van dieren in een kooi. Al zijn de kanarietjes ook van jongs af aan aan het kooileven gewend. We zien het toch niet graag. Nu, die oude kooi werd nu gauw naar beneden gehaald, en kwikstaartje werd er in gezet, ’t Beestje was niets op zijn gemak, ’t wou altijd weghuppelen of vliegen, maar kwam telkens tegen die harde tralies aan. Lucie bracht hem water, en kruimeltjes brood en zelfs een stukje ei. Maar kwikstaartje roerde ’t niet aan, keek maar schuw en angstig rond, en stootte zich telkens tegen de tralies.

Na een poosje nam ik Lucie op mijn arm en liet haar aan mijn vrouw zien. „Moeder,” zei ik, „kijk eens! Wat een lief dochtertje hebben wij, vind je niet? Ik hou toch zoveel van haar. En nu ga ik haar op de mooiste kamer opsluiten, want ik heb geen kooi, die groot genoeg is.”

„Pa!” riep Lucie angstig en zij wou zich uit mijn armen los worstelen. „Ja schat, ik hou zoveel van je, net zoveel als jij van Kwikstaartje. En nu wil ik je opsluiten, en je krijgt lekkers in overvloed.”

„0, nee Pa!” riep Lucie en ze begon bitter te schreien.

Toen ging ik zitten en zette haar op mijn knie, en ik