is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder de les. Goed zo, Verdoom, kom Woensdagmiddag maar met Van Dongen mee, om deze les in te halen.”

Karei keek sip, de hele vergadering ging naar de maan. Maar er was niets aan te veranderen. Daarom deed hij nu z’n best maar, zo goed mogelijk op te letten. Helaas zou het weer niet lang duren. Een ogenblik later werden er voorzichtig twee papiertjes naast hem op de bank geschoven.

„Wat nou weer?” dacht Karei, „’t Is nogal niet druk vandaag ook!” Ondertussen maakte hij ze open en onmiddellijk klaarde z’n gezicht op. Het waren briefjes van Kees en Bertus, en er stond in, dat ook zij permissie hadden, de tocht in de zomervacantie mee te maken. Ongelukkig zou de opgewekte stemming van Karei al gauw weer bedorven worden. Weer kwam „De Neus” op hem af en stond naast hem, voor hij het wist. Zonder een woord te zeggen pakte deze de briefjes af en las ze van a tot z.

„Uit deze briefjes concludeer ik, dat de heren Stam en Visser eveneens terug willen komen,” zei „De Neus” sarcastisch. „Gaarne voldoe ik aan hun verzoek. Willen de heren dus Woensdagmiddag half twee maar present zijn?”

De „heren”, Kees en Bertus, knoeiden wat in hun agenda en Piet zei: „Wie volgt!”

„Jij!” antwoordde „De Neus,” die het verstaan had, en vervolgde: „Het wordt een mooie verzameling, hoor, dat moet ik zeggen. Ik waarschuw alleen jou, Verdoom, dat je er uit gaat, voor het minste of geringste, dat je nu nog uithaalt.”

Gerard slaakte een diepe zucht en zei hardop: „’t Is wat moois, moet ik nu alleen vergaderen?”

„Welnee,” antwoordde „De Neus,” „je komt Woensdag ook maar, hoor.”

En zo was de hele Radioclub vertegenwoordigd!