is toegevoegd aan je favorieten.

Jongens van de evenaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE TEDDY VREDE STICHTTE.

vriend zeker een groot tovenaar? vroeg hij.

„Ja, een heel groot tovenaar. Hij bezweert slangen en heeft eens al de Boeloes op de vlucht gejaagd.”

Ndong Koni was in de wolken. Hij wenkte Jan en stapte naar buiten. Samen begaven zij zich naar de oever van de Como, waar de menigte zich verdrong en fluisterend uiting gaf aan haar bewondering. Toen stapten zij beiden op de boot en traden de kajuit binnen, waar Teddy zat te spelen.

„Houd maar op, Teddy,” sprak Jan, „rust en vrede zijn over Efoela gekomen. De koning komt je bedanken voor je prachtige hulp. Hij gelooft, dat je een groot tovenaar bent.”

„Nou," sprak Teddy, die verlegen werd over zoveel lof, „een tovenaar is wel wat overdreven. Misschien ben ik een kunstenaar en dan een toonkunstenaar, zoals iedere muzikant zich wel pleegt te noemen.”

„Dat is hetzelfde," meende Jan. „Koning Ndong Koni zou ook graag eens een vrolijk stukje horen.”

„Goed, maar dan zal ik mijn toverkast naar zijn paleis dragen en kan ieder zien, dat het geen heksenwerk is."

En onder eerbiedige stilte werd Teddy's orgeltje aan land gedragen en bij het paleis van Ndong Koni neergezet. De schare nieuwsgierigen was hen op de voet gevolgd en keek in de grootste spanning toe. Over de eerste verwondering scheen