is toegevoegd aan je favorieten.

Jongens van de evenaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE KRISTALBERGEN.

„Wij zijn verdwaald en wisten niet, dat dit de tempel van Osjango was. Maar we zullen u niet storen en teruggaan."

„Te laat!" riep de priester van den dondergod Osjango, want deze was het. „Het is te laat. Wie eenmaal de trap beklommen heeft, heeft zichzelf de pas afgesneden. Draai u eens om en overtuig u zelf."

Teddy deed, wat de oude hem gezegd had en keerde zich om, zich met de ene hand stevig vasthoudend aan de rand van het gat, waardoor het gesprek gevoerd was. En tot zijn schrik zag hij, dat de tunnel, waardoor zij in de hal gekomen waren, inderdaad op geheimzinnige wijze afgesloten was. Hij kreeg een gevoel, alsof de stenen trap, waarop hij stond, begon te bewegen, verloor zijn evenwicht en viel omlaag. Reeds dacht hij, dat zijn laatste uur geslagen had, toen hij tot zichzelf kwam en de stem van Jan hoorde vragen:

„Wat heb jij gedroomd? Je gaat te keer als een wildeman."

Verbaasd keek Teddy om zich heen. Tot zijn grote vreugde zag hij, dat Jan en hij nog altijd aan de voet van het vreemde rotspaleis zaten en hij hun avontuurlijke tocht naar het binnenste van de heuvel maar gedroomd had. Hij was in slaap gevallen na de vermoeiende tocht en Jan had hem rustig laten slapen. Nu luisterde deze lachend naar het vreemde verhaal en zei, toen

9*