is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pezzana kijkt even peinzend voor zich uit. Dan glimlacht

hij.

„Wat kunnen de dingen toch ingewikkeld schijnen als je één schakel uit den keten mist. Ik had er geen flauw idee van, waarom hij naar Egypte ging, maar toen Ingeborg het zoo beslist door de telefoon zei, en vertelde, dat jij mee was, moest ik het wel gelooven.

Tusschen twee haakjes, hoe wist Ingeborg mijn telefoonnummer?”

„Dat weet ik niet. Ik denk van rechercheur Aragon.”

„Hm .... dat kan. Die kerel is glad .... en gevaarlijk voor ons soort. Hij heeft mij ten minste een leelijke kool gestoofd.”

„In welk opzicht?”

„Hij heeft de Egyptische heeren wijs gemaakt, dat ik met Svendsen samenwerkte om hun den voet dwars te zetten. Ik heb zelden zooiets geraffineerds meegemaakt, want geloofwaardiger leugen is er nog nooit verteld.”

Giovanni kijkt heel verbaasd.

„Geloofwaardig ? ”

„Voor die Egyptenaren, bedoel ik. Ik was immers voor Svendsen in de bres gesprongen en ik was hem immers hals over kop naar Egypte gevolgd. Dat leek nu eenmaal erg verdacht.”

„Maar waarom kwam u dan naar Egypte ?”

„Om Svendsen in het oog te houden voor Ingeborg en om ....”

Hier breekt Pezzana zijn zin opeens af en kijkt Giovanni even strak aan.

Dan vervolgt hij luchtig .... „En om jou.”

Giovanni begrijpt het. Pezzana dacht een schoone gelegenheid te hebben om in Egypte den laatsten Donati te doen verdwijnen.

„Maar ik had geen idee, dat ik jou nog mijn leven te danken zou hebben.”

„Hoe kwam u in het graf?” vraagt Giovanni, wien dat nog steeds niet voldoende duidelijk is.

„Dat zal ik je zeggen. Toen ik in Kaïro kwam wist ik natuurlijk niet, dat Aragon mij die gemeene streek had ge-