is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Madame, ik heb zooveel aandacht aan Pezzana gewijd, dat ik het spoor van uw vader ben kwijtgeraakt. Ik vertrouw, dat deze mislukking mijn carrière als politiespeurder geen al te grooten knak zal geven/'

Ingeborg bedankt hem met een handdruk en knikt ook even vriendelijk tegen Dumoulin, die in ruil daarvoor onmiddellijk bereid is elke herinnering aan een zekeren mijnheer Svendsen uit zijn geheugen te bannen.

„Een andere kwestie is," meent Aragon, „of uw vader aan de verleiding weerstand zal kunnen bieden om de nu blijkbaar onschadelijke Gouden Zon toch weef te gaan halen. Het bezit van dat kleinood zal zijn zenuwgestel misschien weer in de war brengen.”

„Daar is geen kans op," zegt Giovanni dan bedaard, maar met zooveel overtuiging, dat Hans Wijdeman, die eigenlijk wel een beetje jaloersch op Giovanni is, begint te lachen.

„Hij weet het," zegt hij een beetje schamper.

„Ja, toevallig wel," houdt Giovanni vol en haalt dan de Gouden Zon te voorschijn, die hij aan Ingeborg overhandigt.

„Voor zijn dood heeft Pezzana mij dit voor u meegegeven. Hij zou in het hiernamaals den priester wel in de gaten houden, om te zorgen, dat u niets kwaads kon overkomen."

Er valt een haast pijnlijke stilte.

Opeens zijn ieders gedachten bij Pezzana en niet één van het vijftal kan zich onttrekken aan een eigenaardig, tweeslachtig gevoel van spijt en opluchting. Want hoezeer zij allen Pezzana, na zijn laatste goede daad, gaarne het leven hadden gegund, beseffen zij tevens, dat zijn dood alle dingen eenvoudiger en gemakkelijker heeft gemaakt. Ingeborg is vrij, Hans Wijdeman heeft nu hoop, dat hij voortaan haar partner zal kunnen zijn, in het leven zoowel als op de films en Giovanni is bevrijd van een obsessie, die hem, gedurende de laatste maanden heel erg heeft gehinderd. Hij heeft nu geen vijand meer. Hij kan zichzelf weer zijn, weer gewoon leven, zonder die afschuwelijke gedachte, dat de moordenaar van zijn vader ook hem met zijn onberedeneerden haat achtervolgt.

Ingeborg is de eerste, die de stilte verbreekt. „Ik ben er heel dankbaar voor, dat ik de Gouden Zon heb. Zij zal