is toegevoegd aan je favorieten.

Een kerstvacantie in de sneeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP REIS

verhalen zou weten te vertellen, als moeder gezegd had. Wat zou dat gezellig zijn, in t schemerdonker om de vlammende haard. Ze zag al een plekje waar ze wou zitten, daar op de poef naast de bank.

Thijsje voelde zich al thuis en maakte een bedje van kussens voor zijn teergeliefde beer, die hij de hele reis in z’n armpjes geklemd had gehouden.

„Hier, Berie,” keuvelde hij met zn zangerige stemmetje, „hier kun je lekker slapen. Lig je goed? Hondjes doen jou niks, hoor! Hondjes zijn lief! Thijsje ook niet bang voor hondjes. ^Nou zoet zijn, hoor Berie! Mag niet meer roepen.

„Moet je met de trein van half zes weer weg,

Karei?” vroeg tante. .

„Ja, Judith, anders kom ik niet meer thuis vanavond. Maar breng me nu alsjeblieft uiet weg in dat hondenweer. Ik kan t best zelf

vinden.” , ,

„Kun je nèt denken!” lachte tante, „dat ik je alleen laat gaan. Maar deze schaapjes laat ik ook liever niet alleen, de eerste dag... Kan t je wat schelen om in ’n boerensjees mee te rijden? M’n buurman, boer van Putten, gaat straks naar Apeldoorn. Dan kan hij jou aan ’t station afzetten. Hij komt toch aan, want hij zou een paar boodschappen voor me doen. Goed?”

„Best!” knikte vader. „Dan kom ik er makkclijk*^

„Nou, een beetje door elkaar geschud zal je wel worden,” waarschuwde tante. „Maar je houdt tenminste droge voeten.”