is toegevoegd aan je favorieten.

Barta en de blokhut

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PAASVACANTIE

„Nog niets van bekend. Vooreerst is ’t vacantie.”

De jongens hadden haast en verdwenen weldra voor de verdere inzameling. Ze moesten nu de huizen hebben buiten ’t centrum van ’t dorp en dat kostte meer tijd.

Den volgenden morgen trok de jeugd de bossen in om nog allerlei dood hout te verzamelen. De stapel op de Paaswei groeide dan ook voortdurend aan.

Toen de jongens van Dennelust later dan hun plan was, thuis kwamen, zagen ze twee auto’s voor het hek staan. Nader komende, merkten ze al gauw aan het nummerbord met het doktersteken er bij, dat het de wagen van den geneesheer moest wezen. De schrik sloeg de kinderen om het hart: zou moeder erger wezen? Of was er een ongeluk gebeurd?

„De andere auto is ook van een dokter,” zei Wil, die vooruit gelopen was om te kijken. Nu dachten de jongens stellig aan iets hèèl ergs. En met benepen gezichten liepen ze achterom by Ali binnen.

„Wat is er gebeurd?” vroeg Barta zenuwachtig.

„Niets voorzover ik weet,” zei Ali kalm.

„En die twee doktersauto’s dan?”

„O, ik wist niet eens, dat ’t doktersauto’s waren.. Ik dacht, dat ’t visite was voor je vader. Maar ik hoop,, dat die meneren gauw ophoepelen. Want ’t eten is klaar en ik moet nodig dekken.”

„Zijn ze er al lang?” vroeg Tom.

„Die ene is er al een hele poos, de ander kwam zo net pas. O, ik hoor ze geloof ik weggaan.”