is toegevoegd aan je favorieten.

De kinderen van Jan Valentijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KEET MET DEN KOFFIEMOLEN.

jongeling uit, die vragend naar den heer en mevrouw Staal keek en dan aarzelend den tuin inkwam.

„Pardon, meneer,” zei hij, pet in de hand, „woont hier Bram Staal?”

„Ik heb een zoon, die naar dien naam luistert,” sprak de dokter.

„Mijn naam is Frans Reeder,” sprak de jongeling. „Uw zoon heeft gisteren deze auto van mij gekocht.”

„Frans Reeder!” riep de dokter verrast uit. „Zijt gij de flinke jongeman, die mijn zoon uit het water gered heeft?”

„O, dat had niet veel om het lijf,” zei Frans nederig. „Dat was heusch zoo erg niet.”

„Voor u misschien niet... maar ge hebt hem juist op het laatste oogenblikje geholpen. Vrouw, dit is de redder van onzen zoon.”

Mevrouw Staal, altijd zoo keurig en onberispelijk, vergat voor een oogenblik de zwarte handen van Frans en drukte ze hartelijk.

„Onzen hartelijken dank, Frans Reeder,” zei ze. „Neem plaats en vertel ons het heele geval eens.”

Frans maakte niet veel drukte over de redding, maar toen hij vertelde — iets, wat Bram verzwegen had — dat hun zoon de oude Ford had gekocht, kende hunne verbazing en schrik geen grenzen.

„Wat? U wilt ons vertellen, dat Bram dit... e... e... product heeft besteld?... Wat bezielt de jongen? En is hij werkelijk van plan, daarin rond te rijden?”

„Ik wil toegeven,” zei Frans, „dat het niet veel bijzonders voor een auto is, maar ze kost

Hoe Fred Aviateur weid. 3