is toegevoegd aan je favorieten.

Enny Dudok

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij had immers ook op een uitgeverskantoor gewerkt!

Het zal wel vreselijk afgezaagd klinken maar de

wegen van het toeval zijn toch ondoorgrondelijk. Enny moest daar aan denken, toen zij die middag om vijf uur naar de autobus wandelde, die om kwart over vijf in de richting Breukelen zou vertrekken.

Het was vreemd zwoel weer voor de tijd van het jaar en over de grauwe stad sluierde zich een lichte vochtige mist. Ze had nog vijf minuten tijd en wilde juist in de auto stappen, toen iemand achter haar: „Hallo, die Enny!” riep. Omkijkend zag zij een man in een leren jekker met een vliegkap op en een zware „Harley Davidson” bij zich.

Evert van Oordt!

Zij drukten elkaar hartelijk de hand.

„Luister Enny,” begon hij vlug. „Ik wist, dat je met deze bus naar huis zou gaan en omdat ik vanmiddag toch in de buurt moest zijn, besloot ik hier even op je te wachten. Ik moet je iets bekennen en iets vragen, maar dat kan ik godsonmogelijk hier op straat doen in die paar minuten. Is het vreselijk brutaal, als ik naar jullie huis rijd en een graantje meepik van jullie welvoorziene dis?”

„Dichterlijke mensen zijn altijd welkom, Evert! Je hebt me razend nieuwsgierig gemaakt. Ben je soms overgeplaatst naar het buitenland? Zo iets zal het natuurlijk wel zijn.”

„Mis, het is heel iets anders. Misschien zal je me uitlachen, maar Tia en jij zijn de enigen op deez’ aard’, die dat ongestoord mogen doen. Elk ander timmer ik z’n ogen dicht. Tot straks dan, Enny en je zult wel goed vinden, als ik vooruit ga? Ik zal juffrouw Willempje wel trachten uit te leggen, dat ik een geeuwhonger heb. Ajuus!”