is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIPBREUK.

Vrjj naar Emondo de Amicis.

Heel lang geleden verliet een grote stoomboot de haven van Liverpool met wel twee honderd mensen aan boord. De kapitein en het grootste deel van de bemanning waren Engelsen; maar onder de passagiers bevonden zich verscheidene Italianen; drie dames, een pastoor en een troep muzikanten. Het doel van de reis was het eiland Malta, ’t Was triest weer, toen de boot uitvoer. In de derde klasse vóór den mast reisde een Italiaanse jongen mee. Hij was niet groot voor zijn twaalf jaar, maar flink. Zijn mooi gezicht had de strenge, maar openhartige uitdrukking, die men bij de bewoners van Sicilië dikwijls aantreft.

Hij zat op een hoop touw bü den fokkemast, met zijn versleten handkoffer naast zich. Zijn gelaatskleur was bruin en zijn golvend zwart haar hing bijna tot op zijn schouders. Haveloos zagen zijn kleren er uit en in de deken, die hij om zijn schouders had geslagen, was een grote scheur. Een oud leren tasje hing aan zijn gordel. Aandachtig zat hij te kijken naar de andere passagiers, naar de ijverig heen en weer dravende matrozen en naar de onstuimige zee.

Hij maakte den indruk van een jongen, die door een grote ramp genoodzaakt is, de wijde wereld in te trekken. Wél had hij een kinderlijk gezicht, maar de uitdrukking, die er op lag, was die van een man.

Niet lang nadat de boot de haven was uitgestoomd, kwam een oude, Italiaanse matroos naar hem toe met een meisje aan de hand. „Kijk, Mario,” zei hij, „hier heb je een reiskameraadje.”

Meteen was hjj weer verdwenen en het meisje ging naast Mario op een hoop touw zitten.

Ze keken elkaar eens aan.

„Waar ga je naar toe?” vroeg de jongen.

„Naar Malta, over Napels,” antwoordde het meisje. „Ik ga terug naar mijn vader en moeder; die verlangen naar mij. Ik heet Giulietta Faggiana.”

De jongen zei niets.

Na een poosje haalde hij uit het leren zakje aan zijn gordel een stuk brood en wat gedroogde vruchten.

Het meisje had beschuit..