is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

PRINS PETER EN DE SCHONE MAGILENE

om het beest te grijpen, vloog het op eens in een anderen boom; toen alweer in een anderen; en dat ging zo door, totdat het plaagzieke beest eindelijk over de zee vloog naar een eilandje, dicht in de buurt.

En ’t ergst van alles was nog, dat hij in zijn vlucht de drie ringen in ’t water liet vallen.

Prins Peter had den vogel gevolgd tot aan ’t strand. Eindelijk keek hij eens rond, of hij niet ergens een boot zag liggen.

Ja, gelukkig, daar lag toevallig een klein vissersbootje, maar zonder riemen!

Geen nood, dan roei ik maar met m’n handen!” riep Prins Peter, en hij stak in zee.

Dit ging een tijdje goed, maar toen hij al een heel eind had geroeid, stak er plotseling een stormwind op, die hem met zijn kleine boot al verder en verder van ’t land wegsleurde tot midden in de grote, wijde zee. De Prins, die anders den naam had, dat hij voor niets vervaard was, barstte nu in tranen uit. „Ach,” snikte hij, „ik ben de rampzaligste en ongelukkigste van alle mensen! Waarom was ik ook zo dom om dat medaljon open te maken? Door eigen schuld heb ik ’t beste verloren, wat ik bezat! Ach, mijn dierbare, schone Magilene, nu ligt ge daar alleen in ’t bos! Misschien komen er wilde dieren, die u verscheuren en anders — ja, dan bezwijkt ge misschien van honger en ellende! En dat alles door mijn schuld, — door de schuld van denzelfden dapperen ridder, die zich had voorgenomen, vrouwen en ongelukkigen te beschermen!”

Zó wanhopig was hij, dat hij eindelijk in zee sprong. Toevallig kwam daar juist een Turks schip voorbij. Toen de matrozen een man zagen drijven op de golven, trokken ze hem aan boord, namen hem mee naar Alexandrië en verkochten hem als slaaf aan een Turksen Pasja.

Die gaf hem weer ten geschenke aan den Sultan — een edel mens, die hoe langer hoe meer van zijn jongen slaaf begon te houden, naarmate hij hem steeds beter leerde kennen. Hij kreeg langzamerhand zelfs zoveel achting voor Peters eerlijk en edel karakter, dat hij hem tot zijn raadsman koos.

Toen Prinses Magilene wakker werd, schrok ze erg toen ze den Prins niet naast zich vond. Ze zocht en ze zocht, ze riep en ze riep — maar — nergens een spoor van Prins Peter!

Schreiend liet ze zich in ’t mos vallen, maar na een poos sprong ze

Vertelt weer

3