is toegevoegd aan je favorieten.

Appie maakt carrière!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN ZONDERLINGE KELLNER

huilen zetten. Vrouw Van Duin ging vlug naar de kleinen toe om ze te sussen.

Plotseling wees Appie naar het dakvenster* dat open stond.

„Op het dak is hij!”, schreeuwde hij. „Op het dak!”

Brandts wilde het trapje, dat naar het dak leidde, opstormen, doch de rechercheurs hielden hem tegen.

„Niet zo haastig, beste man”, zei een van hen. „Of heb je trek in ’n blauwe boon?”

Voorzichtig schoven de rechercheurs omhoog en heel behoedzaam wrongen zij zich door het venster naar het dak. Brandts volgde hen en met hun drieën zochten zij het dak af. Doch Van Dijk, want hij was het inderdaad geweest, die er in was geslhagd naar boven te sluipen, was in geen velden of wegen meer te vinden. Bijna was dat onbegrijpelijk. Want het dak was van de belendende daken door een brede kloof gescheiden. Van Dijk scheen echter de sprong te hebben gewaagd en had elders een goed heenkomen gezocht. De rechercheurs pasten er evenwel voor het voorbeeld te volgen en onverrichterzake daalde men weer naar de zolder af. Daar werden de voorwerpen van waarde in beslag genomen. Van Dijk, die naar de rechercheurs hadden verteld, voor inbrekers gestolen goederen had geheeld, was hen dus nog te slim af geweest. In plaats van op zijn kamer had hij ze, zonder dat iemand er ooit wat van had bemerkt, op de zolder verstopt. Naar men later uit de courant vernam — toen van Dijk inmiddels toch door de politie was gepakt — was hij door zijn kornuiten gewaarschuwd, dat de politie naar hem zocht. Brutaalweg was hij toen naar huis gegaan en was het hem nog gelukt met een koffer vol waardevolle voorwerpen te verdwijnen. Daarvan heeft de politie — na zijn arrestatie — geen spoor meer terug kunnen vinden.

Nog dagen daarna was het avontuur in de huiselijke kring onderwerp van het gesprek.

„Nou”, zei vrouw van Duin triomfantelijk tegen Brandts, „wat heb ik je gezegd? Heb ik gelijk gehad?”

Brandts knikte glimlachend.

„Ik hoop maar”, zei hij plagend, „dat Je van mij niet hetzelfde zult gaan vermoeden.”