is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pluto wordt steeds voorgesteld als een ernstige, donkere, baardige man, met dicht gesloten lippen, een kroon op het hoofd, een schepter en een sleutel in de hand, om te doen zien, met hoe groote zorg hij diegenen bewaakt, die zijn rijk binnentreden, en hoe ijdel hun hoop is, uit de onderwereld te ontsnappen. Aan hem werden geen tempels gewijd en de standbeelden van dien god zijn zeer zeldzaam. Op zijn altaren werden somtijds menschelijke offers gebracht; en op zijn feesten, die om de honderd jaar werden gevierd en daarom Eeuwfeesten werden genoemd, werden niet anders dan zwarte dieren geofferd.

De toegang tot zijn rijk, dat gewoonlijk de Hades werd genoemd, was zeer moeilijk. Volgens de overleveringen der Romeinen kon men het alleen binnenkomen bij het meer Avernus, maar de Grieken beweerden, dat er nog een andere toegang was bij Kaap Taenarum. Beide volkeren waren het er echter over eens, dat het een bijna onmogelijke onderneming was, er uit te komen, als iemand vermetel genoeg geweest was. er zich in te wagen.

„Het is niet moeilijk, nederwaarts naar 't schimmenrijk te gaan,

Maar dan terug te keeren en het zonlicht gadeslaan,

Dat is een arbeid weergaloos." Virgilius.

Om alle stervelingen den toegang te beletten, en alle schimmen het ontsnappen onmogelijk te maken, plaatste Pluto een monsterachtigen hond met driekoppen, Cerberus genaamd, aan den ingang, om dien te bewaken.

„Daar zat de oude Cerberus, driekoppig en in vollen staat, Te wachten op het uur, waarop des menschen noodlot slaat, Bewakend Hades toegang trouw, 't zij 't vroeg was dan wel laat."

Saxe.

Van daar voerde een onderaardsche gang, waardoor onophoudelijk schimmen gleden, naar de troonzaal, waar Pluto en Proserpina in statie gezeten waren, in hun donkere kleeding gehuld. Van den voet van dien troon stroomden de rivieren, die de onderwereld doorploegden. De ééne, de Cocytus, rolde de zilte golven voort, die uit niets