is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar zij zoovele jaren had gehangen, en droeg die toen in triomf naar de Argo.

„Met luiden jubelkreet greep hij de gouden vacht,

Waarmede hij zijn taak ten einde had gebracht.

En luide kreunt de tak, van 't gulden vlies beroofd." Flacais.

Zijn makkers, die alles voor een spoedig vertrek hadden gereed gemaakt, zaten reeds aan de riemen; en zoodra Jason zich met Medea en haar gezellinnen had ingescheept, vloog de Argo uit de haven van Colchis.

„Hoe zacht verliet zij 't huis, de maagd bestemd voor leed, In t duistre van den nacht, gehuld in 't linnen kleed;

Naar d'Argo voert haar 'tlot; door zoeten min gedreven,

Doet noch toekomstig lot, noch vaders toorn haar beven."

Onomacritus.

Toen de morgen aanbrak en Aeëtes ontwaakte, hoorde hij, dat de draak gedood was, de vacht was gestolen, zijn dochter vertrokken en het Grieksche schip ver uit het gezicht was verdwenen. Hij liet geen tijd verloren gaan met nuttelooze jammerklachten, maar een schip werd haastig toegerust en bemand, terwijl de koning zelf de vluchtelingen nazat, die bovendien diens grootsten schat, zijn eenigen zoon en erfgenaam, Absyrtus, hadden medegenomen. Hoewel de Colchische mannen goede zeilers en bekwame roeiers waren, kregen zij de Argo niet in het gezicht vóórdat zij aan de monding van den Donau kwamen; Aeëtes riep luid en woest zijn dochter toe, naar haar huis en haar vader terug te keer en.

„Staak, staak uw snelle vlucht! ontvlied het verre land,

Kom tot uw vader weer, en zoek weer Colchis strand,

Waar gaat gij roek'loos heen? laat 'tschip den steven'keeren,

Wij allen minnen u ; laat u door ons bezweren." Flaccus.

De Dood van Absyrtus.

Maar Medea had niet het minste verlangen, uit Jasons armen te worden weggerukt, en in plaats van te luisteren naar de smeekingen van haar vader, wekte zij de Argonauten op tot verdubbelde pogingen. Geleidelijk werd de afstand tusschen de beide schepen minder; de Colchische