is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prometheus, door Hercules bezocht, 208; draagt den hemel, 209; Perseus versteent, 225; beteekenis, 349.

Atropos. Eén der Schikgodinnen ; snijdt den levensdraad af, 150.

Attica. Provincie in Griekenland; Cecrops sticht een stad in, 44; verdrukking van, 234; kusten van, 237.

Augias. Koning van Elis; zijn stallen werden door Hercules schoongemaakt, 203.

Aulis. Haven in Boeotië, de verzamelplaats der Grieksche expeditie tegen Troje, 286—289.

Aurora. Dezelfde als Eos, de godin van den dageraad; dienares van Apollo, 73, 92; jaloezie van, 58; Tithonus bemind door, 77; vrouw van Aeolus, 195-

Auster. Zuid-westenwind, dezelfde als Notus; zoon van Aeolus en Aurora, 196.

Automedon. Wagenmenner van Achilles, 300.

Aventijnsche heuvel. Eén der zeven heuvels, waarop Rome is gebouwd, 206.

Avernus- Meer bij Napels; de ingang tot den Hades in Italië, 146; bezoek van Aeneas naar, 340.

B

Babylon. De woonplaats van Pyramus en Thisbe, 101.

Bacchanalia. Feesten ter eere van Bacchus, 160.

Bacchanten. Vrouwelijke volgelingen van Bacchus, 166; Orpheus verslagen door, 67.

Bacchus. Dezelfde als Dionysus, de god van wijn en feestgelagen ; zoon van Jupiter en Semele, 156—167; Vulcanus bezocht door, 132; Ariadne be¬

vrijd door, 164; Pentheus bezocht door, 166; leermeester van, 275; geschenk van, 281.

Baucis. a. De oude vrouw, die Jupiter en Mercurius gastvrijheid betoonde; vrouw van Philemon, 31; b. Vader van Dryope, die in een boom veranderde, 271.

Bellerophon. Halfgod; bestijgt den Pegasus en doodt de verschrikkelijke Chimaera, 266—270; beteekenis, 366.

Bellona. Godin van den oorlog; gezellin van Mars, 124.

Berenice. Koningin, wier haar in een komeet veranderde, 115, 356.

Beroë. Voedster van Semele; Juno neemt haar gestalte aan om de jaloezie van Semele op te wekken, 156.

Biton. Broeder van Cleobis, trekt zijn moeder voort naar den tempel, 41.

Boeotië. Provincie in Griekenland ; Thebe de voornaamste stad, 35.

Boreas. Noordenwind; zoon van Aeolus en Aurora; schaakt Orithyia, 195—197; zonen van, 246.

Bosporus. Zeestraat, die de Zwarte Zee verbindt met de Zee van Marmora, heenweg der Argonauten, 247.

Briareus. Eén der Honderdhandigen; zoon van Uranus en Gaea, 7; scheidsrechter, 138.

Briseïs. Gevangene van Achilles tijdens den Trojaanschen oorlog; door Agamemnon opgeeischt, 291—293, 296; beteekenis, 367, 368.

Brontes (Donder). Een Cycloop ; zoon van Uranus en Gaea, 7.

Brutus. Nog niet geboren ziel van een Romeinschen held, door Anchises in den Hades gezien, 341.