is toegevoegd aan je favorieten.

Wilddooder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar hij gekomen was. De geluiden uit de opening tusschen de beide heuvels maakten hem ongerust en om nog eens poolshoogte te nemen, klom hij opnieuw naar den top. Zoodra hij dezen bereikt had, werd hij ook gezien en begon de jacht opnieuw. Daar men op den vlakken grond beter kan loopen, vermeed Wilddooder nu de zijden van den heuvel en zette zijn vlucht voort over den top. De Huronen begrepen, dat de heuvelrug eindelijk in het dal zou uitloopen en een deel van hen snelde daarheen, om zoodoende den vluchteling te gemoet te komen. Intusschen was een andere groep in zuidelijke richting gegaan, om hem daar den weg af te snijden, terwijl weer anderen ook zuidelijk naar het meer liepen om hem daar te vangen.

Wilddooders toestand was nu gevaarlijker dan ooit; aan drie kanten was hij ingesloten en aan den vierden was het meer. Doch hij had alle kansen goed overwogen. Hetgeen zij op hem voor hadden, was hun groot aantal; als hij allen achter zich had gehad, zou hij ongetwijfeld recht door geloopen zijn, maar nu was dit niet het geval en daar hij begreep, dat hij in de vallei terecht zou komen, boog hij plotseling zijdelings af en rende, een rechten hoek vormend met' zijn vorigen weg, in duizelingwekkende vaart de helling af naar den oever toe. Eenigen zijner vervolgers kwamen hijgend den heuvel op, terwijl de meesten nog in de vallei op zijn komst wachtten.

Wilddooder had nu een ander, ofschoon wanhopend plan opgevat. Iedere gedachte om door het woud te ontkomen, opgevend, snelde hij op den oever toe. Hij wist, in welke richting deze lag, en als hij dien kon bereiken, had hij alleen nog maar het gevaar van een paar schoten te doorstaan en dan was de uitslag zeker.

Toen hij de landtong naderde, kwam hij eenige vrouwen en kinderen tegen; de eersten beproefden nog wel hem dorre takken tusschen de beenen te steken, maar zijn moedig gedrag tegenover den Panter, had haar toch zeer bang voor hem gemaakt. Hij liep hen allen zegevierend voorbij en naderde den rand van het struikgewas. Daar doorheen dringend, bevond onze held zich plotseling weer aan het meer en weldra stond hij naast de kano. De eerste blik overtuigde hem, dat de roeiriemen waren weggenomen. Dat was een harde slag en een oogenblik dacht hij er zelfs over zich

Cooper, Wilddooder 10