is toegevoegd aan je favorieten.

Een schip vaart weg!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIV.

Het raam stond open en de gordijnen bewogen op de wind. De zon scheen naar binnen. Langzaam ging de deur open en Lien kwam binnen. Ze zette voorzichtig het blaadje op 't tafeltje voor Moeders bed.

,,'t Lijkt al helemaal voorjaar," zei ze vrolijk, „met die zon in de kamer. Maar buiten is 't nog koud. Hoe voelt U zich nu, Maatje?"

Ze keek wat bezorgd naar Moeders gezicht, 't Leek zo teer in 't heldere zonlicht met 't glanzende blonde haar er om heen.

„Goed kindje; ik voel me uitstekend," zei Moeder. „Hoe Zou een mens zich anders dan goed kunnen voelen bij Zoveel lieve zorgen!"

Lien ging op de stoel voor Moeders bed zitten. Ze haalde voorzichtig een verdorde bloem uit de bos, die op 't tafeltje stond. Toen schudde ze Moeders kussen lekker op. 't Is hier toch niet te koud met dat open raam?" vroeg ze. „Is de verwarming wel goed?" En ze lei even haar hand op de radiator.

Moeder keek lachend naar haar bedrijvigheid.

Lien nam 't glas melk en gaf 't aan Moeder. „We zullen U wel gauw weer beter maken, hoor!"

„Maar ik ben niet ziek!" protesteerde Moeder. „Dat beetje moeheid betekent niets."