Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die allen uitstekende zwemmers waren, zichzelven geholpen; zij zetten zich a cheval op het omgekantelde vaartuig en pagaaiden nu naar de Siboga toe. Allen lachten, alleen hoorens van Heyningen keek mistroostig. „Scheelt er wat aan", riep een der onzen hem toe. „Het spijt mij zoo van mijn sextant, daar heb ik nu al zoo lang mede gewerkt", klonk het antwoord. Bij het omkeeren der opgehaalde blotto bleek het gelukkig, dat de sextant zoo stevig in het bootje vastgeklemd had gezeten, dat zij er zelfs bij het omslaan der blotto niet uitgevallen was.

De laatste schemeroogenblikken van den dag werden aan den valreep doorgebracht in een levendigen ruilhandel met de Papoea's. Eenige mannen kwamen aan boord en van loenen, een der machinisten, haalde twee oude witte jasjes voor den dag en trok twee Papoea's zoo'n jasje aan. De bruine gezichten straalden van genot, zij draaiden om elkander heen, bekeken zich wederzijds met bewonderende blikken en vermoedden niet, hoezeer zij juist door het jasje boven hun bloote beenen op apen uit een beestenspel geleken. Een trekje van ingeboren eerlijkheid dezer arme wilden trof mij; ik had een bonten armband van schellak verruild tegen een zwarten, die van hout gesneden was. Toen ik den zwarten band in de hand had, vond ik hem zoo ruw bewerkt, dat ik hem aan de vrouw teruggaf, van wien ik hem gekregen had. Met een zeer teleurgesteld gezicht stak de vrouw mij nu ook den armband van schellak toe, dien ik haar natuurlijk liet houden.

Van de Woenoh-baai werd 's morgens vroeg straat Bougainville ingestoomd en hier twee malen op geringe diepte gedregd, maar de zoologische buit was gering. Het sprak echter van zelf, dat Tydeman, die gisteren de Woenoh- en Maneh Tep-baai had opgenomen, nu ook de Piapis-baai terug wilde vinden, die tot aan onze reis de eenigste bekende, goede ankerplaats aan Waigeoe's Noord-westkust was en die in het Engelsche boek voor de zeevaart „the Pilot" uitvoerig stond beschreven. The Pilot maakte melding van

Sluiten