Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(onderwijzer) van Dioer, een kampong aan de westzijde van Roma, bracht ons bezoek in . een prachtig versierde belabela, het eigendom van de kampong. Men kan zich het genot dezer goeroes voorstellen, die allen toch een zekere ontwikkeling hadden en te Ambon aan de kweekschool voor onderwijzers waren groot gebracht, om weer eens eenige oogenbhkken in een beschaafde omgeving te zijn. Het feit, dat een oorlogschip, dat de Nederlandsche vlag voerde, al deze veraf gelegen en zelden bezochte plaatsen aandeed, overal een of twee dagen bleef liggen, met de bevolking zeer vertrouwelijk in aanraking kwam, was geloof ik, uitstekend voor het Nederlandsche gezag en moest veel meer geschieden. Wij hielpen de inwoners telkens, zooveel als in ons vermogen was; zoo kregen de beide goeroes van Djeroesoe, die op het oogenblik bijna gebrek leden, anderhalve pikol rijst. Onze doctor had intusschen een drukke praktijk en zijn voorraad medicijnen werd sterk aangesproken. Langzamerhand kwam een groot aantal prauwtjes opdagen, waarvan de opvarenden allen wat te koop aanboden. In sarongs en doeken waarvan de mannen den tjidako, die hier overal gedragen wordt maken, was een levendige handel. Deze doeken prijkten met figuren en inschriften; in een, dien wij kochten, was in Maleische bewoordingen geweven: „Deze mijn tjidako van R. A. Johannis is vervaardigd door mijn zuster W. Johannis en klaar gekomen den 31. dag, maand October, jaar 1899." Het was dus nog een nieuw kleedingstuk en zoodanige waren ons natuurlijk het liefst, maar voor de inboorlingen hebben sarongs of doeken, die al door hooggeplaatste personen gedragen zijn, veel meer waarde. Te Sikka op Flores werden mij eens twee sarongs aangeboden van precies dezelfde teekening en maaksel. De eene was nieuw en kostte ƒ15, de andere was gedragen en moest ƒ 24 opbrengen, want zei baboe, de vrouw van den radja heeft haar al aan gehad! Groote berhalla's, op houten, besneden palen gezeten,

Sluiten