Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog even keek hij neer op de vrouw. Ze hurkte. Stom staarde ze voor zich uit. Uit haar starende oogen vloeiden tranen. Ze huilde zonder snikken nu. Zonder geluid» Ze had haar handen gevouwen in haar schoot en de tranen druppelden er op neer. Zoo zat ze drie dagen lang, tot Deli toe, zonder zich te verroeren. Zonder te eten of te drinken, zonder te slapen. Zonder haar tranen weg te wisschen. Niemand lette meer op haar. Er waren er méér, die een kind hadden achtergelaten. ... of een vrouw, of een man.... Die van een vader of moeder geen afscheid hadden genomen. Die huis en sawah onbeheerd lieten en niet wisten, wit er van dat alles zou worden, nóch naar welk noodlot hen het schip voerde.

De matroos baande zich een weg door de contractanten. Hij bleef staan voor Roeki en Karminah. Hij bekeek Kaxminah. Zij was de eenige knappe en jonge vrouw tusschen de nieuwe koehes voor Sumatra. Zijn oogen gingen onbeschaamd over haar fijn gezichtje: de smalle, amandelvormige oogen met de als gepenseelde wenkbrauwen daarboven, den platten neus, den kleinen vollen mond. Over de welving van haar éven rondende borsten, wier schoone vormen zich verraadden onder de slendang; over haar heupen en héél broos middeltje en over de kleine voetjes, die onder de sarong uitpiepten.

Hij greep haar bij den arm.

„Kom mee!"

Maar nu stond ineens Roeki voor hem.

„Dat is mijn vrouw. Zij moet hier blijven."

De matroos keek Roeki minachtend aan.

„Wat wil je, contract-hond? Je hebt hier niets te vertellen. De vrouw gaat met mij mee."

„Maar zij is mijn vrouw 1" schreeuwde Roeki, terwijl het bloed hem blindmakend naar de slapen joeg.

Sluiten