Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waar is je tjankol, karbouw? Zoek hem, vlug..." „Saja, djoeragan...."

Verschrikter nog omdat een Europeaan hem rechtstreeks aansprak, zocht hij, hnksch en onbeholpen. Maar de Europeaan verloor hierbij zijn geduld.

„Wat doe je.... rund, karbouw, hoerekind!.... Wéét je, waar je tjankol is, of weet je het niet?"

Van louter verbouwereerdheid begon Roeki te grinniken.

„Tida tahoe.... ik weet het niet...." stotterde hij. Hij had niet goed de vraag van den assistent begrepen, hij verstond maar heel weinig Maleisch. In zijn angst had hij nog maar één besef: dat antwoorden, wat de toewan wilde hebben, dat hij zou antwoorden. Maar de Europeaan zag alleen den lach op het donkere gezicht. Hij sprong op Roeki toe, sloeg hem met de vlakke hand.

„Jij aap! Jij hoerekind! Wat denk je, dat je hier

luieren kunt, brutaal zijn kunt? Ik zal je leeren lachen, godverdomme!.... Ddarl"

Hij knielde neer, pakte Roeki bij den nek en boog zijn hoofd onder water. Liet hem na een paar seconden weer boven komen, duwde hem dan weer onder, schold driftig in het Hollandsen verder:

„Jij rotvent! Jij rotnieuweling! Ik zal je leeren! Godverdomme, in de modder! Daar kun je lachen

lachen zooveel je wilt, rotzwarte hondl"

Nog eens en nog eens hield hij Roeki onder, steeds langer. Benauwd en doodsangsdg proestte hij het slijk uit, dat hem in neus en mond gedrongen was.

„Zul je ophouden met lachen?"

„Saja djoeragan!"

„Zul je werken?"

„Saja djoeragan."

Bevend zei Roeki op alles: saja!.... Als de assistent

Saja djoeragan — Ja mijnheer.

Sluiten