Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze mishandeling zwijgend, koppig stil. Het maakte de mandoeres razend. Al heviger ranselde ze op de liggende vrouw, rukte heur haar uit, sloeg haar in het gezicht, telkens al heeter en heeter herhalend:

„Soendel 1 Soendel tjina 1... Soendel! Anak soendel!"

Ze kneep, krabde, wreef Saïma's gezicht over het zand. Het was al lang geen tuchtiging meer. Het was een blinde, hysterische woede, een persoonhjk geworden haat De gedwarsboomde heerschzucht, die zich

wreekte al heeter zich uitvierde, naarmate het

slachtoffer tartender zweeg....

Maar dan jammerde Saïma het toch uit:

„Adoe, mador Adoe!"

„Na, loe monjet! Hoerekind! Diam! Diam!"

Gierend huilde Saïma. Maar nóg zei ze het: nyntah ampon, niet Ze gilde, schreeuwde, tierde: „Adoe! Adoe!! Adoe!!"

Brak dan los in een overspannen, hysterische huilbui, gillend zoo hard ze kon. Nieuwe toeschouwers kwamen er bij, vroegen zacht wat er gebeurde.

„Saïma wordt geslagen door mandor Minah," zeiden dan de anderen. En de eersten waren tevreden met dit antwoord. Eindelijk, toen uit een breede striem aan haar voorhoofd een straal bloed begon te lekken, riep Saïma het: ampon.

„Ampon, mandor! Ampon!"

En zooals ze het andere uitgegierd had, uitgebruld... zoo gierde ze, brulde ze, huüde ze dit woord uit.

„Ampon! Ampóonl! Ampoónll "

Hijgend hield Minah op. Maakte haar eigen losgesprongen kondeh in orde. Aan haar voeten jammerde Saïma.

„Adoe ! ... Ampóón! I" „Diam!"

Met haar hoofd op den grond huilde Saïma door.

Sluiten