Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maten, eikaars handigheid wogen. Dan glimlachte Noer zijn brutalen glimlach: „Wat wil je, adeh ?"

De strijd doofde, stierf weg zonder tot uiting te zijn gekomen. Van het driftig opgevlamde vuur bleef alleen wat rood glorende asch. Het smeulde in hun hart. Eenmaal misschien zou het weer oplaaien. Zou het deze beleediging moeten delgen.

Met een ruk nam Roeki het kussentje weg. Het was half versleten, vettig en vuil. Maar het was Kromoredjo's eenige bezit.

Samen gingen ze dan naar afdeeling Een. Het was een uur loopen. En Kromoredjo liep moeilijk. Hij had nog geen handigheid met de kruk. Het was al donker, toen ze aankwamen. Zij wachtten bij de bijgebouwen van het assistenten-huis. Din bracht het briefje naar binnen.

Uit de keuken lichtte een rossig schijnsel van de petroleumlamp en van het vuur. Een vrouw was daar bezig te koken. Nieuwsgierig keek Roeki naar binnen, herkende dan opeens Karminah. Hij kwam bij het raampje staan.

„Eh Karminah Gaat het goed met je?"

Karminah keek op, turend in de duisternis daarbuiten.

„Siapa itoe?" Scherp klonk haar stem. Een nieuwe zekerheid en beslistheid was daarin. Roeki week er voor terug, antwoordde zacht:

„Saja Roeki...."

Ze kwam dan naar buiten, zette haar handen in haar zij.

„Loe, bangsat kontrak.... ken je geen adat ?

Kun je niet hurken, als je op het erf van den toewan komt? Ajo, doedoekl"

Beduusd hurkte Roeki neer. Nog even stond Karminah daar, minachtend op hem neer ziend.

bangsat — tuig.

Sluiten