Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat reeds leêg geplunderd en in brand gestoken is. Gode zijdank, het groote werk is verricht! Op het voorbeeld van Matulesia valt ieder op de knieën. Bij het knetteren der vlammen stijgt een vurig dankgebed ten hemel, en ontboezemen de gemoederen der vrome christenen zich eenparig door luidkeels een psalm aan te heffen ter

eere van Jehova!

Wat Rhebok evenwel niet vermoedde, was dat er toch een blanke

aan zijn woede ontsnapte. Een paar weinig godsdienstige inlandsche

vrouwen, door nieuwsgierigheid gedreven, waren namelijk tijdens

de godsdienstoefening het verlaten fort opgegaan om zich eens te

vergasten aan het gezicht der gevallen slachtoffers. Ongelukkig

waren zij ook moeders, en daarom brak haar hart en schoten hare

oogen vol tranen, toen zij dat vreeselijk bloedbad aanschouwden.

In zware plassen geronnen bloed en deerlijk verminkt lagen daar de lijkjes der onschuldige kinderen bij het vreeselijk misvormde lichaam der even onschuldige moeder; dood, allen dood! ... Maar wat was dat? bewoog zich daar niet het armpje van dat aanvallig knaapje? Hemel! het licht zijn hoofdje op, het opent de oogenen zegt zacht: „ik ben nog niet dood." Ach God! d&t ware toch te onmenschelijk dien knaap niet te redden! Men neemt hem op, wascht het bloed van zijn hoofd, verbindt de diepe wonden en

voert hem ongemerkt mede ...

Later, toen de gemoederen bekoeld waren en Matulesia die omstandigheid vernam, schonk hij in een vlaag van ongodsdienstigheid dien knaap aan de vrouw die hem had gered.

De moord te Saparoea was het sein geweest tot een algemeenen opstand, die bijna gelijktijdig op verschillende punten der eilandengroep uitbarstte. Van Middelkoop, de gouverneur van Amboina, zond ijlings rapport van het voorgevallene naar Batavia en liet uit de aanwezige land- en zeemacht eene expeditie samen-

Sluiten