Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beneden laatstgenoemde plaats de gemeenschap met Bandjermasin gestremd werd door den broeder van Djalin. De angst voor de oproerlingen was zeer groot onder de bevolking.

Ten ure na middernacht meende men prauwen te hooren aan den overkant der zeer breede rivier. Bichon liet onmiddellijk het anker lichten, plaatste ieder op zijn post en stoomde onder het werpen van een paar lichtkogels op de aangeduide plaats los. De seinen, die sinds eenigen tijd in den kampong aan den overkant waren waargenomen, hielden nu op. Na een half uur de rivier te zijn opgevaren, en geen prauwen te zien krijgende, keerde men naar de ankerplaats terug.

Den volgenden morgen ontdekte Bichon met den kijker een paar vaartuigen. Dadelijk gelastte hij stoom op te maken en ging er op los. Ongeveer een half uur beneden Poeloepetak bereikte men een prauw, die aangeroepen werd. De opvarenden schenen echter doof te zijn. Een schot met schroot maakte hen wakker; van de 8 personen werden er twee getroffen, de overigen sprongen in het water, zwommen naar den wal en ontkwamen in het bosch. De prauw werd opgevischt en onderzocht. Men vond er o. a. kleedingstukken van het kind van den zendeling van Heuven in, een paar theekopjes, enz. Deze prauw werd vernield.

Nu werd de Boeg naar Barimba gewend. De huizen door een paar schoten schoon geveegd hebbende, zond de kommandant een sloep met 6 matrozen aan wal om de woningen te onderzoeken en in brand te steken. Deze haalden er nog eenige gestolen goederen uit. Doch toen zij daarna een djoekong (sloep) wilden nemen, die zich twintig passen verder links bevond, kwam eensklaps een 3otal Dajaks uit het hout te voorschijn, die onder luid geschreeuw met pijl en boog op hen aanvielen. De serang werd door twee vergiftige pijlen in zijne kleederen getroffen; de matrozen weken terug en voeren naar boord. Bichon opende onmiddellijk het vuur

Sluiten