is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche vrouw in Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Precies als Europeesche kinderen gaan ze allen op 't graspleintje voor de school spelen, tot straks „meester" komt en hun lichte stemmetjes klinken tot boven toe, waar ik sta.

Ik krijg plezier in onze kleine kolonie, waar heusch een soort bedrijvigheid heerscht, een klein besloten wereldje midden in de bergen, waar iedereen werkt. Nu wil ik ook gauw naar binnen gaan en de eerste hand leggen aan het inwendige van Vrede-best, de opsiering van ons eenvoudig huis met het ver overhangend stroodak!

Vrede-best! Hoe ik zoo opeens aan dien naam ben gekomen, den avond van aankomst, weet ik niet. Het huis lijkt niets op dat van Tante Serena uit „de kleine Johannes II" waar vóór was een groene sloot en op het kruUige ijzeren hek stond de naam „Vrede-best". Maar wie weet, zij is, mij wellicht ingegeven door een goeden geest als een symbool van het tegenovergestelde van vroegere toestanden hier. Alleen staat het niet voor „eeuwig" dit Vrede-best! Heel luchtig, berekend op een kort tijdelijk verblijf is het opgetrokken van gevlochten bamboe en niet al te rechte boomstammen. Hoogstens kan het huis het een paar jaar uithouden, maar ik vind het aardig dit echt landelijke. Het doet me veel warmer en gezelliger aan dan de netjes afgewerkteGouvernementshuizen, die den officieren gegeven worden hier, maar die zoo kil zijn, zoo akelig naakt van binnen met hun witgekalkte muren, die alleen een beter aanzien krijgen, als men er een lambriseering tegen aan timmert. Van buiten zijn die door de genie gebouwde conterfeitsels monsters, die bepaald leelijk staan in het landschap met hun zinken daken, witte muren en zwart geteerde randen. O! ik weet, dat alles is practisch — het