Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de blauwe bloemen. Met inspanning van alle kracht die in zijn mollig rond lijfje huist, sleept hij een stoeltje van de eettafel naar het buffet; als hij op dat stoeltje klimt, zal hij juist den broodtrommel kunnen openmaken en er een overgebleven sneedje brood uit opvisschen voor „vogeete".

Op het grasveld onder den lagen citroenboom is de vaste plek waar hij zijn vogelontbijt verkruimelt; die kale plek, waar door de schaduw van den boom geen gras wil groeien, is weldra heelemaal overdekt met broodkruimels. Dan doet het witte hansopje een paar stappen achteruit en wenkt noodend in de richting van den manggaboom: „Voge, komme ete, komme nou ete!" Maar de vogels hebben weinig vertrouwen en blijven liever hoog in den manggaboom, dicht bij de vrije blauwe lucht. Straks, als alle drukbewegende rose en lila en witte pyama'tjes veilig achter de deur van de badkamer verdwenen zün, zullen ze naar beneden komen om hun ontbijt te halen.

Intuuschen is de wieg ook in den tuin gekomen: bloote rozige armpjes en beentjes zwaaien onbeholpen en stuurloos heen en weer; nu de muskieten ophouden te vliegen kan de tullen klamboe even openblijven om het kleinste kleutertje te laten genieten van de zachte koelte van den Indischen morgen.

Bij het tuinzitje versehünt de moeder met het roodgelakte koffieblaadje. Voor de kinderen staat er een rijtje beker-

Sluiten