Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bezittingen had Itjam niet meer, alleen twee stoelen stonden er nog, verloren in het leege huisje. Aan die stoelen had zij zich nu vastgeklemd in redelooze wanhoop, als aan het eenige wat haar nu nog in de wereld overbleef. Die stoelen wilde ze tenminste meenemen, en ze had ze verdedigd tot ze, bont en blauw geslagen, eindelijk het huisje uit was gegooid. „De stoelen", had ze nog van buiten geschreeuwd; „geef me dan tenminste mijn stoelen". Maar minachtend had het antwoord geklonken: „wat moet een vrouw nu toch ter wereld met een stoel beginnen!"

Een paar maanden geleden is de deur van haar eigen huis weer voor Itjam geopend, en ze is weer naar binnen gegaan alsof het de natuurlijkste zaak van de wereld was. Er is weer een nieuwe tafel gekocht bij de gewraakte stoelen, en daarboven hangt een prachtige nieuwe petroleumlamp met een franje van rose kralen. Van den bamboewand ziet, als in duizenden andere kamponghuisjes, koningin Wilhelmina in ambtsgewaad neer op het echtelijk geluk.

„Och ja," zei mijn allereerste baboe tegen me, toen op ons erf zich het eerste huwelijksdrama afspeelde, „dat is bij ons nu eenmaal zoo. Bij u is dat anders, de „orang blanda" zitten nog tegenover elkaar als ze heelemaal grijs zijn en zóó oud", en ze kruipt heelemaal in elkaar en knikkebolt als een oud vrouwtje, om uit te beelden, hoe die twee oude blanda's aan hun huwelijksavond bij elkaar plegen te zitten. „Maar ik weet best dat Marti over een paar jaar weer een ander zal nemen, die tien jaar jonger is dan ik. Wij trouwen niet voor het leven, alleen voor

Sluiten