Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gemeene ruste der beide Compagnien" — dat de Staten om des lieven vredes wille hem gelastten in Holland te blijven.

Inmiddels kreeg de oppositie der zoogenaamde »dolerende participanten die zich behalve tegen allerlei misbruiken bij de Compagnie, nu ook tegen zijne zoogenaamde vrijhandelsplannen richtte 2), zooveel kracht, dat toen Coen eindelijk door de bemoeiingen van invloedrijke Bewindhebbers vertrok, zijn ontwerpen geheel ter zijde werden gelegd. Ja zelfs zond de vergadering van XVII op den ioden Augustus 1627 — zoozeer riep het woord vrijhandel hun allerlei schrikbeelden voor den geest, zoodra Coen met zijn klemmend betoog hen niet meer kon overtuigen, dat het monopolie plus zijn vrijhandelstelsel nog meer winsten zou afwerpen, dan het tot nu toe gehandhaafde zuivere monopolie —• aan Coen het stellige bevel achterna: »dat zij op 't serieust verbieden eenige opening van den vrijen handel toe te staan op den voet van voorgaande concepten ofte andere diergelijke in eenigerhande maniere".

Dat Coen door dit besluit »moreel geknakt zou zijn en voortaan bij hem moedeloosheid de plaats der voortvarendheid zou ingenomen hebben" s), dat > de vleugelslag van den adelaar" daardoor, »was gebroken" 8), gelooven wij allerminst. De brieven door hem gedurende zijne tweede landvoogdij aan HH. Bewindhebbers gericht, mogen niet »in dien krachtigen, aanwakkerenden en vrijen toon geschreven zijn, als die van vroeger dagen"; hoe zou dat anders hebben kunnen zijn, ook al had hij zijne, wij zeggen alweder zijne zoogenaamde, vrijhandelsplannen ten uitvoer kunnen brengen? Met zulk een leven achter zich van strijd en moeite, van grootsche en met goeden uitslag

1) Zij hadden, schrijft mr. De Jonge, hoe weet men niet, kennis gekregen van de voorstellen van Coen en van de daarop gevolgde besluiten der vergadering van XVII en nu voerden zij onder hnnne andere grieven, te midden van de hevige twisten met Engeland over de zaak van Amboina en over het vertrek van Coen, bij de Staten-Generaal ook deze aan, dat door het stelsel van Coen en het besluit der Bewindhebbers tot het openstellen van een vrijen handel in Indië, hunne regten van participanten in een handeliligchaam met monopolie, bij octrooi gewaarborgd, werden verkort en het tractaat van 1619 met Engeland gesloten, werd geschonden.

2) Gorter. Jaarboekje enz. bl. ] 84.

3) De Jonge V. LX.

Sluiten