Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dienst geeindigd was, stond de Hollandsche opperbevelhebber op, bood zelf de kroon den Soesoehoenan aan, die slechts oog had voor het schitterend zinnebeeld eener macht, «waarnaar hij hunkerde, maar die hij te weifelend en te laf geweest was, om zich zelf te verschaffen", en onder het losbranden van kanon en musketten zette Amangkoerat II zich de kroon op het hoofd, zonder te beseffen, dat wellicht in het oog van de inlandsche bevolking het onbeperkte Mataramsche gezag in zijne handen was gelegd, maar dat inderdaad Mataram voor de Compagnie de knie had gebogen.

De opperbevelhebber Hurdt, evenals zijn leger door de aanhoudende inspanning uitgeput, vertrok, De Saint Martin met den Soesoehoenan te Kediri achterlatende, met een deel zijner troepen naar Soerabaja-, waar hij den i7den December ziek en afgemat aankwam. Eenige dagen later had hij aldaar eene samenkomst met majoor Poleman, die inmiddels uit Batavia met 800 man versche troepen, Europeanen en inlanders, desgelijks te Soerabaja was aangekomen. Alhoewel het nu niet meer noodig was Hurdts terugtocht te dekken, was de door Poleman aangebrachte versterking hoogst welkom; want al was Kediri gevallen, de opstand was allesbehalve bedwongen.

Den 4den Januari 1679 keerde het overige van het leger onder De Saint Martin te Soerabaja terug, vergezeld van den Soesoehoenan, die vooraf het bestuur te Kediri geregeld en er eene bezetting achtergelaten had. Kort daarna kwam ook een groot deel van Aroe Palakka's Boegineezen te dier plaatse aan, aangevoerd door kapitein Holsteyn. Hij zelf had zich met het overige deel zijner troepen, na te Japara aan land te zijn gegaan, naar Batavia begeven, om met de Hooge Regeering in overleg te treden. Zoo werd allengs weder een aanzienlijke macht bijeengebracht en, terwijl Hurdt naar Batavia terugkeerde, het opperbevel den 2 2sten Februari aan Poleman opgedragen.

Zooals wij zeiden, de opstand was nog ver van bedwongen. Raden Kajoran, de schoonzoon van Troeno Djojo, hield dien in het Zuiden van Mataram staande, en Troeno Djojo zelf, ofschoon hij zijne hoofdstad had verloren en zijn leven ternauwer-

Sluiten