Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PIONIERSWERK

Binnen korten tijd was het één vuurzee. De dorpsbewoners kwamen op het hulpgeroep van den waker toesnellen, maar aan blusschen viel niet te denken. En zoo was het bijna voltooide huis een prooi der vlammen geworden.

Niet in de eerste plaats was het van belang te weten wie het gedaan had, maar waarom het gedaan was. Vijandschap tegen den zendeling of tegen de zending kon moeielijk het motief zijn, want de Soembaneezen uren in den omtrek, zoowel hoofden als minderen, hadden niets tegen ons en ontvingen ons altijd even vriendelijk.

Op een vergadering enkele dagen later gehouden met verschillende hoofden, was men dan ook algemeen van oordeel: mijnheer, het is niet tegen u persoonlijk of tegen uw werk, maar een vijand uit het binnenland heeft zijn haat willen toonen tegen het militair gezag.

Want wat was er gebeurd in de laatste maanden ? De krachtige hand van Van Heutz had zich ook uitgestrekt naar de altijd zoo verwaarloosde residentie Timor. Ook daar moest eindelijk orde op zaken gesteld worden en ons Nederlandsch gezag daadwerkelijk gevestigd en bevestigd worden. En zoo was Soemba ook aan de beurt gekomen. Onder leiding van luitenant Rijnders waren er troepen gekomen tot pacificatie van het eiland, en het hoofdkampement werd opgeslagen te Wara, vijf minuten van Pajeti, beneden strooms aan het riviertje gelegen.

En nu was het te begrijpen, dat men verband ging leggen tusschen den bouw van de zendingswoning en de komst van de militairen. Eerst was de zendeling gekomen en had vriendelijk om een „plaatsje" verzocht en men had het hem toegestaan. Maar toen hij aan het bouwen ging, waren de militairen gekomen en hadden hun bivak in de buurt opgeslagen. Goed beveiligd binnen hun prikkeldraadversperring durfde men hen niet aanvallen. Dan maar dit onbewaakte, en onverdedigde huis. Als voorafgaande waarschuwing had men eerst de omheining gedeeltelijk omgekapt, als beleefde waarschuwing eer men tot de daad overging. En zoo was de Zending onwillekeurig in het gedrang gekomen. Gelijk later bleek, was het de gevluchte radja van Lewa, die de hand had in deze zaak.

Maar ook hier kwam een geluk bij het ongeluk. Bij den brand had het aller aandacht getrokken en werd er veel over gesproken, dat wel de Soembaneesche bewoners van Pajeti ter hulp waren gekomen en nog getracht hadden te redden, wat er te redden viel, maar dat de militairen zich kalm binnen hun prikkeldraadomheining hadden gehouden en geen hand ter redding hadden uitgestoken. Zoo was men tot de overtuiging gekomen, dat de zendeling toch eigenlijk niets met die militairen uitstaande had,

Sluiten