Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De huisjongen kwam nu de koffie en limonade brengen en Mevrouw presenteerde er Indische spekkoek bij. Toen de jongen weer weg was begon ze opnieuw het gesprek:

„Ik kan nog maar steeds niet begrijpen, waarom jullie niet voor het christelijk onderwijs bent uitgekomen. Wordt er in Holland dan nog zoo weinig bekendheid aan gegeven, dat men hier overal christelijke scholen wil oprichten? Er zijn dunkt mij toch wel lui in Holland in de onderwijswereld die daarover inlichtingen kunnen geven. Jullie had misschien wel allebei hier kunnen bhjven of tenminste dichter bij elkaar dan nu."

Annie zei: „Ik wist eigenlijk heel weinig af van de toestanden hier. En ik heb wèl een paar kennissen die bij de gouvernementsschool zijn. Zij hebben mij vroeger gezegd, dat de vooruitzichten bij de christelijke scholen lang zoo goed niet geregeld waren als bij de gouvernementsschool. Ik meende ook dat er nog maar een paar christelijke scholen waren in heel Indië."

Lien luisterde stil toe.

Zij voelde heel goed dat ze hier een groote fout begaan hadden door zich niet beter op de hoogte te stellen.

Haar zucht om uit Holland wèg te komen — uit den kleinen kring waarin ze zich niet meer thuis voelde ... waarvan ze wel eens vrij wilde zijn voor een tijd, had haar gedreven zoo spoedig mogehjk de gelegenheid aan te grijpen dien wensch vervuld te zien.

Maar niet zonder de voortdurende beschuldiging dieinhet diepst van haar hart telkens weer opkwam, dat ze niet op den goeden weg was.

Hoe meer ze met lui aan boord ook had gesproken en gehoord had van de vele overplaatsingen en het werken op de afgelegene binnenplaatsen, waar bijna geen conversatie was — hoe meer ze haar overhaasten stap had betreurd.

Toch wilde ze zichzelf dit nog nauwelijks bekennen.

En nu hoorde ze mevrouw Banninga er weer over spreken. Het gaf haar opnieuw een gevoel van beMemming. Maar ze hadden eenmaal a gezegd en moesten nu ook b zeggen. Er was niets meer aan te veranderen.

Ze hoorde Annie's gesprek met mevrouw Banninga eerst aan zonder haar meening over iets te zeggen, maar toen beiden zwegen zei ze: „Weet u wat ik begin te gelooven? Dat we ons eerst wel eens beter op de hoogte hadden moeten stellen.

Sluiten