Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zacht klonk zijn stem, haar waarschuwend zich niet te overspannen. —

— Meisje — mijn lief, hef meisje, ik zou je zoo graag gauw beter zien en mee nemen naar ons huis. —

— O, Wim, ik ben zoo bhj ... je weet niet wat ik van plan was te doen, toen je hier kwam. —

— Wat dan?

— Ik wou je vragen met elkaar te breken ... heusch ik durfde het toch niet aan, als je niet veranderde ... en nu kom je met dit heerhjke nieuws ... O Wim, wat ben ik dankbaar dat het niet van me gevraagd wordt . . . het offer dat ik bréngen wou. —

Toen vertelde hij haar ahes wat ia hem was omgegaan ...

Zij luisterde maar stü toe . .. tranen van dankbaarheid schreiend.

Na maanden van eindeloos wachten op iets waaraan ze zelfs geen wóórden kon geven ... na dagehjks gebeden te hebben om de vervulling van haar hefste wensch . . . kwam nu zoo onverwachts, de aanvankelijke verhooring.

— Wat zal ik met Gods gunsten overlaan, Dien trouwen Heer voor Zijn gena vergelden! —

Dat was de grondtoon van haar stemming.

— Ik dacht altijd maar — zei ze: — hij zal nog eenmaal terug keeren. Het Evangelie dat hij in zijn jeugd heeft gehoord en dat hij beleden heeft, moet vruchten afwerpen —

— Ik bèn er nog lang niet — o, dat voel ik heel goed, — zei hij — maar ik geloof dat God mij heeft stilgehouden op mijn verkeerden weg ... en ik wil van nu af aan mijn leven stellen onder Zijn leiding. Ik wil met Ds. Wessels gaan spreken en jij en ik zullen samen trachten de eeuwige dingen te zoeken . . .

De handen in elkander geslagen — de oogen elkaar zoekend — nu eens stilzwijgende — dan weer druk sprekende . . . zóó zaten ze een tijd lang, ahes om zich heen vergetend. Maar 't was intusschen donker geworden — Lien moest naar binnen.

Spoedig kwam mevrouw Bannniga om haar te helpen . .. Aan den arm van Vredenburg werd ze 't huis binnen geleid.

Vredenburg had drie dagen verlof genomen. Wat werd er al niet besproken in dien korten tijd. Naar Hohand verzonden ze een telegram:

Sluiten