is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van 8 December 1902 (Staatsblad no. 208) tot uitvoering van artikel 75 der ongevallenwet 1901 (Beroepswet), met aanteekeningen aan de gewisselde stukken en de discussieën in de beide Kamers der Staten-Generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het passieve kiesrecht, het recht benoemd te worden, dat in artikel 10 is omschreven. Aktief en passie! kiesrecht is aan dezelfde voorwaarden gebonden. W ie benoembaar is tot lid van den raad van beroep, is tot medewerking tot de voordracht — de eigenljjke benoeming geschiedt door gedeputeerde staten; zie artikel 12 — bevoegd. Met één uitzondering evenwel; zie daarover hieronder aant. (5). De werkman, die gedurende het laatste kalenderjaar in dienst van meer dan twee ondernemingen is geweest, en volgens artikel 10 niet benoembaar is tot lid van den raad van beroep, is dus tevens krachtens artikel 13 buitengesloten van de medewerking tot het opmaken der voordracht. Bij artikel 10 aant. (4) werd er op gewezen, dat dit onbillijk is. Men denke b. v. aan de groote meerderheid der rotterdamsche bootwerkers, aan de diamantwerkers, timmerlieden, enz.

(3) Zie daarover artikel 16.

(4) Op de voordracht komt alles aan. Immers, blijkens artikel 18, kunnen gedeputeerde staten, die de benoeming doen (zie artikel 12), personen, op de voordracht voorkomende, niet anders ter zijde stellen dan om bijzondere redenen en bij gemotiveerde beschikking. Inderdaad is dus de voordracht zoo goed als de benoeming, tenzij er meer personen worden voorgedragen dan er te benoemen zijn. Alleen in dat geval doen gedeputeerde staten eene keuze (artikel 17).

(5) Hier loopen het aktieve en passieve kiesrecht uiteen (verg. aant. (2)). In hetontwerp kwam deze afwijking niet voor. Zij is te danken aan een amendement van de heeren Bos c. In navolging van het kiesrecht uit de wet op de Kamers van arbeid, besloot