is toegevoegd aan uw favorieten.

De burgemeester hulp-officier van Justitie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den echtgenoot van de overledene, die ziek te bed lag. Dat hij dezen gevraagd hebbende naar zijn. vrouw, ten antwoord kreeg »dat zij goed was gaan spoelen.«

Waarop aangever zich terstond heeft verwijderd en zich naar ons heeft gespoed, ten einde de noodige aangifte te doen.

En heeft aangever alhier na voorlezing en volharding geteekend.

(get.)

Tengevolge van bovenstaande aangifte hebben wij, Burgemeester voornoemd, ons terstond begeven naar de aangeduide plaats, na alvorens naar aanleiding van het bepaalde bij Artikel 51 van het Wetboek van Strafvordering, den Heer N. N., geneeskundige te dezer plaatse, te hebben doen uitnoodigen ons derwaarts te vergezellen.

Nadat wij ons op weg hadden begeven, is de persoon van B. ons komen aanzeggen, dat het lijk door hem met behulp van andere personen was gebracht naar de woning der overledene.

Aldaar aangekomen, hebben wij gevonden een lijk, hetgeen wij terstond herkenden te zijn dat van echtgenoote \ an oud volgens opgave van haren echtgenoot — jaren, en welk lijk, zichtbaar aan de natte kleederen, nog zeer onlangs in het

water moest hebben gelegen.

Inmiddels verscheen op onze uitnoodiging de heer N. N., 0lld _ jaren, van beroep geneeskundige, wonende alhier, dien wij hebben uitgenoodigd het noodige onderzoek op het lijk te willen instellen, en ons bericht te willen geven van den staat

van het lijk en de vermoedelijke oorzaak van den dood. Waarop deze, na zich tot het instellen van dat onderzoek te hebben bereid verklaard, vooraf naar aanleiding van het tweede ge-