is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelt voor vijf en dertig jaren lang eendragtig en trouwhartig huishouwens, als voor een' der hoeksteenen onzer maatschappij. Gij kunt u in ander gezelschap dan het liunne geestiger vermaken, liet is waar; maar zonder innigheid van gemoed, die zich evenwel den eerste den beste maar niet bloot geeft, zoude hun huiselijk verkeer, door zijne weinige afwisseling, ondragelijk vervelend zijn geworden, en nog doen zij het zich bij elkander niet. Geregeld, schier scherts uittartend geregeld zijn ze zondag voor, zondag na. twee malen ter kerk gegaan; doch de kleine verschillen met hunne verwanten en vrienden werden ook telkens bijgelegd, eer zij ter nachtmaalstafel aanzaten; allengs zeldzamer lieten zij zich door hunne driften vervoeren, en hoe langer hoe meer blijken twist en toorn hun hoofd en hun harte vreemd. Het is hun welgegaan, welgegaan boven mate; maar als ge de huisgenooten des geloofs, maar als ge de armen, zonder onderscheid van sekte, tellen kondt, die hunne gave heeft gespijsd en gelaafd, die hun woord heeft verlicht of vertroost, die hunne tusschenkomst aan beroep of bestemming heeft weergegeven, ge zoudt erkennen, dat wij het denzulken verschuldigd zullen zijn, zoo ooit onze volksveerkracht in volksvroomheid herleeft. God heeft hen beproefd; doch ge zult slechts kort naar hen behoeven te luisteren, om het te hooren immers, waar het harte vol van is, vloeit de mond van over.

, Aafje! Aafje!!" zei tante, die intusschen hare plaats voor het theeblad had ingenomen, „welk een huishouden hebben wij hier — er is nog geene thee gezet, en het water al van de kook; — wat eene aschboel!"

Het lieve kind kleurde tot achter de ooren.

,Mijne schuld!-' riep Warner, ,ik heb Aafje belet, er een hand aan te slaan.'

En hij zou voortgegaan zijn zich te verpraten, als Aafje van