is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EDMOND.

Dat mij niets gelukt.

OSCAR.

Dat is verwonderlijk, ik slaag in alles... Ik begrijp niet, hoe men zoo ongelukkig kan zijn niet te slagen .. .

EDMOND.

Dat bewijst veel geluks of veel talent.

OSCAR.

Waarlijk niet.... dat is zeer natuurlijk, dat gaat van zelf... ik geef mij geene moeite ... Ik weet niet hoe het toegaat, alles loopt mij meê, wordt mij aangeboden! . . .

EDMOND.

In waarheid?

OSCAR.

Ik spreek ti niet van de balie, voor welke ik reeds opgang maakte, maar die ik voor altijd vaarwel zeg, omdat ik andere bezigheden heb, die mij beter passen.

EDMOND.

En welke?

OSCAR.

Weet gij het dan nog niet? — lk heb een' bundel verzen geschreven.

EDMOND.

ti:j . . .

OSCAR.

Als iedereen! Dit is mij op zekeren morgen onder het ontbijt aangewaaid .... L e Catafalfjue o u P o é s i e s f u n r b r e s d'Oscar R i g a u t.

EDMOND.

Gij! een dikke, vrolijke jongen?...

OSCAR.

Ja, ik heb mij van de uitvaarten meester gemaakt.. . ik zag ver-