is toegevoegd aan je favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaderland wedergekeerde uitgewekenen en lieden, die liet te hunnent met elke partij hadden weten te vinden; mannen van gisteren, mannen van heden en mannen van morgen; vernuften, die naar het verledene omzagen; vernuften, die letterlijk vóór zich op den grond zagen; vernuften, die ver

vooruitzagen doch ik schrijf een' volzin, of ik een

duitscher ware en geen fransch onderwerp behandelde. Zij bogen voor elkander, zij reikten elkander de hand, en ik geloof waarlijk, dat hun eerste besluit was, de les van Solon. dat elk goed burger partij moet kiezen, tot hoofdregel aan te nemen, met de uitlegging van Talie}'rand, dat Solon, die een wijze was, daarmede de heerschende partij bedoelde. Het had iets van het vijfde bedrijf van een tooneelspel van IffIand; het was eene algemeene verzoening, en zonderling genoeg beijverde elk zich zijne persoonlijke vijanden tot medeleden voor te dragen, in plaats van, zoo als bij andere bentgenooten en in andere tijden het geval plagt te zijn. zijnen neef, zijnen bewonderaar, of zijnen wat dan ook, binnen te schuiven. Of de verbroedering zoo opregt was als zij scheen, ware eene onbeleefde vraag. Zeker is het, dat koning Lodewijk de onderscheiden kleeding der leden van het bentgenootschap te veelkleurig vond en een gewaad voorschreef, dat allen bijna hetzelfde voorkomen zoude geven. Bijna, zeg ik, want gelaat en gestalte spotten niet alle eenvormigheid, en doen dikwijls iets regt kluchtigs geboren worden, waar men iets regt deftigs verwachtte. Van de vroegste tijden af. denk slechts aan liet kleedingstuk. dat Dejanira aan Hercules, en aan den veelverwigen rok, dien Jacob aan Jozef gaf, — kleeft er iets noodlottigs aan gegeven rokken. Wilt gij het in den geest onzes tijds uitgedrukt? deelt het kleed den man, die het draagt, zekere eigenschappen mede, die hij vroeger niet bezat. Zoo leert — want twee voorbeelden, mits zij