is toegevoegd aan uw favorieten.

Avonturen als straatmuzikant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Ja, 'n oitwe dame en twee kinderen ...

— „Vooruit dan."

— „Wat zullen we?"

— „'t „Schaukellied" maar weer...

Naplita stond op met het „Schaukellied" en ging er mee naar kooi in die dagen.

Dat ging als in Noord wijk. De menschen luisterden, eerst wat wantrouwend, maar spoedig aangetrokken door het vreemde dat van ons uitging, de weinige bekendheid met onze instrumenten, vooral het orgeltje, Naphta's zwierigen mantel en onze lachwekkende „auto". En op den straatweg vormden voorbijgangers al spoedig groepjes, die langzaam uiteenvloeiden wanneer Naphta, met zijn hoed rondgaande, een paar stappen in hun richting deed. Maar de uitkomsten vielen, voor een zoo rampzalig-slechten dag als dezen Vrijdag, waarlijk mee. Na vier huizen hadden we al ƒ 0,42 bijeengezameld en als het weer zich nu nog maar een oogenblikje goedhield, dan zouden we het misschien nog tot logiesgeld kunnen brengen.

Die laatste oogenblikken zouden ons echter nog een zonderlinge verrassing brengen.

Een villa-heer, die, zenuwachtig in zijn tuin ronddribbelend, ons geruimen tijd van alle kanten begluurd had, maakte gebruik van eenige oogenblikken „pauze", terwijl Naphtalie met den hoed rondging, om op mij af te schieten, en, mij scherp in de oogen ziend, zei hij in vlot Fransch:

— „Van waar komt u?"

— „Van Amsterdam, signor," zei ik, verwonderd om zijn vrij heftige vraag.

— „Zoo, maar u bent toch geen Hollanders?"

— „O nee, signor, wij zijn Napolitanen ....

— „Zoo, nou, maar dat geloof ik niet! Ik geloof, dat jullie amateurs bent."

— „Amateurs, signor?" Ik beken, dat me op dien onverwachten aanval 'n oogenblik de moed ontzonk. Op zooiets was ik niet voorbereid. Wie was die man ? Kende hij me soms van aanzien ? Had ik hem al eens vroeger gesproken? Een journalist, die overal aanwezig is, waar wat te zien en te hooren valt, wordt nu eenmaal gekend door zoo talloos velen, die hij zelf niet kent of zich niet meer herinnert.

— „Amateurs, signor?" Wat moest ik zeggen. Vlug, vlug. Eèn oogenblik van weifeling zou voor ons fataal geweest zijn. „Ja zeker, signor," zei ik plots, met een zekere bitterheid, die onmiddellijk den gewenschten indruk maakte, „we zijn amateurs, we doen 't voor ons plezier. Dat voel ik aan 111'n beenen."

— „Pardon," zei 't heertje, eenigszins uit 't veld geslagen, „ik zeg niet, dit u 't is, maar ik zeg alleen dat ik 't geloof. Ik heb nl. een paar jonge vrienden, die student zijn, en die juist twee jaar geleden in hun vacantie voor plezier een reisje als muzikant

Avonturen als Straatmuzikant. c