is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de vrouw-van-beneden en knikte benepen lachend met een breed vertrokken mond, hihihi . . .

De ander, de zwaar breede handen in kalme rust gespreid voor haar buik, knikte even terug naar het neergetiokken vrouwtje onder haar oogen en gluurde preutsch-lachend naar den kant van de tafel.

Of ze 't óók zag daar onder die doek.

Ja,« nikte het vrouwtje terug. Ze had 't direkt al gezien onder die doek zoodra toen ze opkwam.

'Zoo n schlimiel van een kerel, hè,« fluisterde ze, dat wist nou wat t was, ze hadden t vroeger beter gehad, ze motte zelfs geld gehad hebbe.

»Dat zou je niet zeggen hè, maar as je 'm toch zoo zag op straat, dan was 't een heer.< üe ander minachtte met opgetrokken mondhoeken afwerend terug, keek vernietigend naar het vrouwtje voor haar breedstaande rokken. »Nou . . .« twijfelde ze, »een heer . ..«

»Nou ja, een pietsie verloopen,« schamperde het vrouwtje vreesachtig terug naar het neer drukkend lichaam; «maar toch anders as anders... hij het zoo iets van . . . hoe zal 'k 't zeggen, zoo met die boord en die lakensche jas... zoo heelemaal geen gewone man.

»D r mot een gesticht of zoo zijn, waar ze in kenne,« legde de ander kalm uit; »'k kan niet op de naam koinme, maar 't mot ergens weze en daar motte ze radicaal genezen weer uitkomen.«

»Zóó . . ., ja k heb t ook meer gehoord,« babbelde het vrouwtje terug, smaar as ze zóó ver zijn, nou dan