is toegevoegd aan je favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met geknoeide en verwarde haren over de witte gezichtjes, waren ze al vroeg voor de ramen gaan zitten, wachtend op de buurvrouw. Rillend in de stille, vreemd verlaten kamer, had de jongen vlug zijn kleeren aangeschoten — alleen zijn kiel was nog beneden, die had het vrouwtje den avond te voren versteld. Vandaag zouden ze voor 't laatst hier op de kamer zijn en op hun school »gedag« gaan zeggen.

W eggedoken in een hoekje zat 't zusje. Haar knieën ingetrokken op de bovenste lat, staken hoog in het dun baaien rokje.

»Koud. hè...« klaagbabbelde ze.

»Ga je dan vast ankleejen.t zei de jongen ; »je ziet ook net zoo wit... als.«

»Nou 'k Héb me goeie jurk nog niet, die brengt ze strakkies meê, als ze komt.«

»Weet je wat,« bedacht de jongen opeens. »Ik zal vast een stukkie brood uit de bak halen, hè, dan hebbe we nog wat.«

Lekker,« gnuifde ze, »en geef dan 't rooie doekie ook. 't hangt bij de deur...,« riep ze hem achterna.

»Waar legt ze 't mes, 'k zie niks hier,« riep de jongen uit de donkere keuken terug.

»Nou, in de lepelebak,« riep ze terug; »achter de borden.« In aandacht luisterde ze, 't hoofdje gebogen naar den kant van de keuken of ze hem hoorde rommelen in den lepelbak.