is toegevoegd aan je favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schitterde de wegdruppelende dauw als kleine kristallen. Het vertrapte veldje lag er triestig verlaten onder den grijs druilenden hemel. Alleen langs het spoorhek snuffelden beweeglijk wat zwervende honden.

»Lekker zondag, hè,« sprak een van de kinderen, blij.

»Nou. fijn. . . 'k ga vliegeren met Joopie.«

»Had ik nou maar een steen» zei de kleinste opeens, met glinsterende oogjes; »zie je die hond daar!«

»Waar?« vroegen de anderen tegelijk opgeschrikt, »ja, werachies bij 't hek. da s die zwerver van achter de molen.«

»Schiet jelui op!« waarschuwde de vrouw ongeduldig uit een hoek van de kamer.

»Maak-je nou voort, kinderen,« suste het grootje geduldig; »wat heb-jelui me beloofd? Wasch Gerri nou.«

»Als !t weêr nou maar opklaart, ongerustte de vrouw opnieuw, met 't nog warrige hoofd even buiten het raam; »Miepie is in d'r goeie jurk, anders gaan ze een volgende keer maar, ... er hangt een lucht. . . en zoo n damp!«

>-Dat trekt wel op. ..« meende het vrouwtje geruststellend, de dor gerimpelde handen zwaar wrijvend over haar strakkende knieën. Een klein, tevreden lachje speelde om de vastgepletten lippen, nu ze haar zin had gekregen.

»'t Is dicht bij. . . ze benne d'r zoo,« kalmeerde ze; ja-ja-ja« knikte ze met haar hoofdje »ze hebben nog