is toegevoegd aan je favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Gauw! riep hij, hop, gasten, vooruit allemaal, elk met zijn klachten, want 't wordt tijd!

Bruin sprong op met heel zijn familie, en Tybaert de geweldigaard, en zijn gezel Isegrim, Forcondet het everzwijn en Tiecelijn de rave, Paneer de bever, en Bruneel en heere Rosseel het eekhoorn; de fijne vrouwe Dieweline. Canteclaer was er ook al bij met al zijne kinderen en ze sloegen geweldig met hun vlerken; Cleenbejach, 't foret liep ook mede met de bende; Lampe, 't konijn en Boudewijn de ezel; de kemel, de gans, het tijtsel, Boreel de stier, 't hermelijntje, de wezel, Cuwaert, de haze. Iedereen wilde erbij zijn en al die gasten trokken openbaarlijk vooruit en g'ngen vóór den koning staan om Reinaert aan te klagen. Elk had zijn reden gereed en de schelm zou dezen keer niet ontsnappen.

HET NEGENTIENDE HOOFDSTUK. — HOE REINAERT TER DOOD VEROORDEELD WORDT. —

U ging men daar aan 't pleiten g' en kunt niet beter! Al de dieren stonden in een wijden kring geschaard rond den grooten troon. Elk wilde 't eerst vooruit komen om zijne aanklacht te doen en Reinaert's doodvonnis te bewerken.

Nooit op eenig rechtshof van de wereld ging het er erger toe, nooit werden meer beschuldigingen tegen iemand ingebracht. Nooit hoorde men dieren schooner praten als het daar gebeurde tusschen Reinaert en deze die hem beschuldigden. Elk staafde zijn gezegsels met