is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een smart, een diep, reusachtig groot verdriet.

En 'k zal van levensvreugde juublend zingen.

Of liever nog, bezorg mij maar een vrouw Die voor mij is mijn licht, mijn zon, mijn God.

'k Heb Onzen Lieven Heer daarom gesmeekt,

Maar hij bleef doof, of houdt zich zoo, hc-laat-,

Juffr. Ekster.

Foei was is u profaan!

Mevr. Hal m.

Ja. dat is erjr!

Valk.

O, denk toch niet dat 't mijn bedoeling is Om in 't publiek met haar gearmd te wandlen:

Neen, uit wildst-jubelenden zwijmelroes Moest plots terug zij in de eeuwigheid.

Wat zielegymnastiek heb ik wel noodig;

Licht kreeg ik op die wijs mijn deel er van.

Z w a a n h i 1 d e (is naderbij gekomen: zij staat nu vlak bij Valk en zegt niet schertsende uitdrukking, maar toch vast).

Goed, ik zal voor u bidden om zoo'n lot:

Maar als het komt,... draag het dan als een man.

Valk (heeft zich verrast omgekeerd).

O, juffrouw Zwaanhild!... Ja ik zal mij waapnen.

Maar gelooft u ook dat ik vertrouwen kan Op uw gebed, als iets van groote kracht?

Want och, de hemel laat zich niet verbidden.

Ik weet wel dat uw wil voldoet voor twee Om van mijn zielerust mij te berooven;

Maar of uw g'loof voldoende is daartoe,

Kijk, dat 's de kwestie.

Zwaanhilde (half in ernst, half schertsend).

Wacht tot het leed er is Verwoestend 's levens lichten, groenen zomer, ...

Wacht tot het knaagt en schrijnt bij dag en nacht, Dan kent van mijn geloof u pas de kracht, (x j gaat naar de dames toe).

Mevr. Halm (op gedempten toon). Och, dat je samen nooit kunt vrede houden!

Nu heb je Valk in ernst toch boos gemaakt. (gaat voort zachtjes