is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Valk.

Ja, dat is ware vrijheid Te doen waartoe ons innigst zijn ons drijft;

En 'k weet dat jij door God bent aangewezen Tot wering van mijn schoonheids-zondenval.

Ik moet, gelijk mijn naamgenoot de vogel,

Kop in den wind de lucht in, zal ik stijgen.

Jij bent de zefier waar 'k mij op laat wiegen,

Met jou eerst krijg ik draagkracht in mijn wieken.

O wees van mij, eer nog je krijgt de wereld,.. .

En valt het loof, dan scheiden onze wegen.

Zing mij je zieleschatten in mijn ziel,

En zang voor zang geef 'k rijkelijk je weer. ..

Dan kan je ouder worden, rustig, stil,

Als blaren welken, zonder smart of klacht.

Zwaanhilde (met onderdrukte bitterheid).

'k Kan je niet danken voor je goeden wil,

Hoewel die duidlijk je gezindheid toont.

Want je beschouwt mij als een kind de wilg Die het tot ééndagsfluitje kalm versnijdt.

V a 1 k.

Nu, dat 's toch beter dan in 't water staan Totdat de herfst in grauwe mist haar hult. (heftig).

Je moet! Je zult! Ja meer, liet is je plicht Om mij te schenken, wat zoo rijk je ontving.

Wat jij daar droomt dat wordt in mij tot lied!

Ziedaar den vogel, dien ik doodde ... dom ...

Die was voor jou een bron van zanggenot...

O weiger 't niet; zing ook voor mij als hij ...

Mijn leven wordt voor jou tot één gedicht!

Zwaanhilde.

En als je mij dan kent en ik ben leeg,

Als ik mijn laatste liedje heb gezongen .. .

Wat dan?

Valk (bekijkt haar).

Wat dan? Denk dan aan wat hij deed. (u-ijst in

den tuin).

Zwaanhilde (lachljes).

O ja, ik weet 't, je kunt met steenen gooien.

Valk (lacht spottend).

Ziedaar die vrijheidsziel waar je mee praalt,...