is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koor.

De zeilen gelieschen, in glijdend gewiegel Als arend gezweefd over wereldzeespiegel;

En achter ons blijven der stormvogels scharen.

Verstand is maar ballast... overboord dat terstond! Misschien raakt er straks wel mijn bootje aan den grond, Maar het is toch zoo heerlijk te varen!

Valk (verstrooid.. .ontwaakt uit

zijn gedachten).

Gezang? O ja,... 't is zeker Lind's kwartet.

(tegen Goudstad, die naar buiten komt met een lichte overjas over den arm).

Zoo, mijnheer Goudstad,... sluipt u zoo stil weg?

Goudstad.

Ja. Laat mij even eerst mijn jas aantrekken;

Wij niet-poëten houden niet van tocht;

Wij krijgen 't van de avondlucht te pakken.

Goênacht!

Valk.

Och, vóór u gaat een enkel woord!

Wijs mij iets om te doen, maar liefst iets groots...! Dat ingrijpt.. .!

Goudstad (met spottcnden nadruk). ... Wel, doe maar een greep in 't leven Dan zal u zien, grijpt u het leven wel.

Valk (ziet hem peinzend aan en zegt langzaam).

Daar is in 't kort 't programma dus gegeven. (levendig) Nu ben ik wakker van mijn leeg gedroom,

Nu heb ik 's levens dobbelsteen geworpen,

En u zal zien ... de duivel haal mij ...

Goudstad.

Hei!

Vloek niet; daarmee verjaagt u nog geen vlieg.

Valk.

Neen, woorden niet, maar daden, enkel daden!

Ik keer des Scheppers werkplan nu eens om;...

Zes lange dagen deed ik niets dan gapen;

Mijn wereldbouwwerk ligt nog ongebouwd; . . .

Maar morgen, zondag — dan zal ik gaan scheppen!