is toegevoegd aan uw favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Straks door twee sjouwers weggedragen is.

Goudstad (scherp).

Wat meent u daarmee?

Valk.

Dat ligt voor de hand;

Want een soliede grondslag, kan 'k zoo denken,

Beteekent geld,.. . het toovermiddel geld,

Dat 't hoofd van meen'ge weduwe op leeftijd Met tooi van gouden glorieglans omstraalt.

Goudstad.

O neen, die grondslag is toch nog wat beters.

Dat is een stille, warme hartestroom Van achting, vriendschap, die een hart tot eer Strekt, evengoed als hartstochts jubelroes.

't Is een gevoel van graag volbrachte plichten,

Van teedre zorg, en van een vredig thuis, Van zelfverloochning voor elkanders heil,

Van waken dat geen enkle steen zal kwetsen Der uitverkoorne voet, waar zij ook gaat.

Het is een zachte hand die heelt de wonden, 't Is mannekracht, die stil gewillig draagt Het evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar,

't Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht ...

Dat is wat ik je bieden kan, Zwaanhilde,

Voor je geluksgebouw ; antwoord mij nu.

(Zwaanhilde doet herige moeite om te spreken. Goudstad lieft de hand afwerend op).

Bedenk je wel, opdat 't je niet berouwe!

Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.

Valk.

En hoe weet u dan dat...

Goudstad.

Dat je haar lief hebt?

Dat heb 'k gelezen in je oogen diep.

Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse! (drukt hemde hand). Nu ga 'k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn.

En durf je mij beloven op je woord Te zijn voor haar ook zulk een vriend voor 't leven,

Als ik het wezen kan,... (tot Zwaanhilde gewend).

Nu goed, dan haal je Een dikke streep door dat wat ik je bood.

Dan overwin ik toch, in alle stilte;